In een kudde dragen leiderschap en volgerschap bij aan het overleven. Beide zijn evenveel waard en worden gewaardeerd. Een kudde kent verschillende rollen en functies. In die rol gaat een paard vóór op anderen, daar heeft hij een specifieke bijdrage aan het geheel. Dit gaat zonder slag of stoot. Alle kuddeleden zijn zich bewust wie zij zijn in relatie tot elkaar. Iedereen draagt de kudde ook vanbinnen.
Wij mensen kijken niet zo oordeel loos naar leiden en volgen. We besteden meer aandacht aan leiderschapskwaliteiten dan aan de kwaliteiten als volger. Er bestaan veel leiderschapsprogramma’s en er is geen volgerschapsontwikkeling. Alsof we dat al zouden moeten kunnen.
Volgerschap-competenties gaan niet over gehoorzamen of volgen omdat het moet, maar over bijdragen aan het collectief vanuit lidmaatschap. Dus; je pas inhouden, even afwachten, ruimte geven, voor laten gaan en vervolgens volgen. Goed volgerschap draagt bij aan het halen van resultaten en het overleven van de kudde als geheel.
Vanuit dit perspectief doe ik hieronder een eerste aanzet tot een volgerschap-competentieprofiel.
1. Lidmaatschap kunnen dragen; Dus niet: “Ik hoor erbij als…” Maar: “Ik bén lid, ook als het schuurt.” Het vermogen om te blijven volgen, ook als het spannend of ingewikkeld wordt. Het vraagt verantwoordelijkheid en dapperheid, om in-voorwaardelijk, mee te doen.
2. Volgen zonder jezelf te verliezen; Je eigen plek nemen terwijl een ander vooropgaat. Onderzoeken hoe jij bijdraagt op de 2e, 3e of 4e plek. Bereid zijn je eigen oordeel uit te stellen zonder het te verloochenen.
3. Vertrouwen geven vóórdat het bewezen is; Vertrouwen geven ten dienste van gezamenlijk leren, bewegen en dragen. In een kudde is nìet volgen gevaarlijker dan volgen. Je stelt vragen en verdraagt dat je niet weet of dit “de juiste weg” is.
4. Grenzen kunnen aangeven vanuit loyaliteit; Een volger is nieuwsgierig, stelt vragen en spreekt wanneer volgen niet meer bijdraagt aan het geheel. In een kudde wordt er ook gecorrigeerd om bij te dragen. Je kijkt naar het collectief, benoemt verschil en maakt onderscheid tussen persoonlijk en professioneel.
5. Verduren van tijdelijk ongemak; Het vermogen om ongemak te herkennen, erkennen en te verduren zonder meteen te willen fixen, verklaren of vertrekken. Dit wil zeggen; blijven, het ongemak aangaan en het zoeken verdragen.
6. Ruimte laten aan degene die leidt; Dus niet invullen, overnemen of redden. Ademen, erkennen dat jouw weg niet de enige is. Bijdragen aan het in het licht staan van de ander.
7. Weten wanneer volgen ophoudt. Volgerschap is niet blind. Een competente volger weet wanneer volgen stopt en herpositionering, vertrek of afscheid nodig is. Soms betekent dit onderzoeken of het leiderschap nog op de juiste plek ligt. Soms stoppen met wat niet meer dienend is.
Ik denk dat deze tijd vraagt om zowel leiderschap, als om competent volgerschap.
