Het verschil tussen “alles mag er zijn” en “in de kudde hoort alles erbij”

21 oktober 2025

Vorige week, in het eerste blok van de opleiding Teamcoachen vanuit de vitaliteit van de kudde, stonden we stil bij een veel gehoorde uitspraak in teams: “Alles mag er zijn”
Vanuit het perspectief van de kudde vind ik dit ingewikkeld. Ik hoor er een onbedoelde onverschilligheid in en tegelijk een overdreven grootsheid. Een uitnodiging om alle deuren open te zetten, de grenzen te laten vervagen en verschillen te ontkennen.
De intentie is goed, maar het effect vaak anders.

Wanneer ‘alles er mag zijn’, wordt het moeilijk om samen een meetlat te bepalen en om elkaar aan te spreken. Iedereen krijgt ruimte en aandacht, niemand is verantwoordelijk voor het geheel. Want: als alles mag, wie bepaalt dan nog wat bijdraagt of passend is?
Een collega doet iets op haar manier — dat schuurt, maar ja, ‘alles mag er zijn’. Zo verdwijnt verschil en verwarren we vitaliteit met vrijblijvendheid.

Gezien vanuit het grondbeginsel compleetheid in de kudde is zowèl insluiten als uitsluiten belangrijk. Alle kuddeleden die in deze kudde horen, horen erin, én er is onderscheid tussen kuddes. Dit onderscheid vergroot het zorgdragende vermogen van een kudde en daarmee ook de kans op overleven.
Een voorbeeld: Een net geboren veulen wordt ingesloten. Hij wordt door zijn moeder en tantes opgevoed, gedragen en gecorrigeerd. Wanneer hij als hengst volwassen, groot en sterk is, dan stuurt de drijvende hengst hem weg uit de kudde. Hij gaat ‘het huis uit’ in een bachelor-kudde. Hij hoort er niet meer bij en precies dát maakt dat beide kuddes kunnen floreren.

In een kudde betekent “erbij horen” bijdragen aan het overleven van de kudde. Dat betekent ook: plaats maken als dit niet meer kan of lukt. De kudde beweegt voortdurend mee met wat zich aandient. Wat erbij hoort, krijgt een plek. Wat er niet (meer) bij hoort, vertrekt met respect uit de kudde. Dat is geen uitsluiting, dat is vitaliteit.

In teams vraagt dit van leiders en collega’s om het verschil kunnen voelen tussen ruimte geven en ruimteloosheid creëren. Het vraagt de bereidheid om elkaar aan te spreken, mee te kijken en te begrenzen — niet vanuit controle, maar vanuit zorg voor het geheel.
Net als in de kudde is inclusie geen open veld zonder grenzen, maar een levend systeem waarin ieder zijn plek kent, en waarin juist daardoor ruimte ontstaat voor veiligheid, groei en leven.